Center for People and Buildings

U bent hier: >>Maakt kantoormeubilair ons gezond?

Maakt kantoormeubilair ons gezond?

4 maart 2020

Maakt kantoormeubilair ons gezond?

Wat is de beste manier om een gezonde werkomgeving te realiseren? Wanneer je fabrikanten van kantoormeubels mag geloven, ligt één van de sleutels in de aanschaf van de juiste meubels. Maar klopt dit wel? Is er inderdaad een directe relatie tussen het meubelgebruik en de gezondheid van kantoorwerkers? De onlangs gepubliceerde literatuurstudie ‘The relationship between interior office space and employee health and well-being – a literature review’ van Susanne Colenberg (CfPB), Tuuli Jylhä en Monique Arkesteijn (TUDelft/BK/MBE) geeft op die vraag een genuanceerd antwoord.

Heeft meubilair een positief effect op de gezondheid van gebruikers?

‘Gezond’ meubilair: hogere productiviteit?

‘Gezondheid’ en ‘vitaliteit’ zijn dé termen waarmee kantoormeubelfabrikanten hun producten aanprijzen op de internationale markt. Dat was te zien op de recente vakbeurs Facilitair in Utrecht en zal ongetwijfeld ook weer volop tot uiting komen op de tweejaarlijkse internationale beurs Orgatec, die eind oktober van dit jaar gehouden zal worden in Keulen. Verwacht op de riante beursvloer weer een overvloed aan ergonomische en ‘acitverende’ kantoormeubels.

De gezondheidsgerichte insteek van meubelfabrikanten is begrijpelijk. Wie als fabrikant kan hardmaken dat de eigen producten gezondheidsbevorderend zijn, heeft een streepje voor op concurrenten. Want ‘gezonde’ meubels leiden – zo is in ieder geval de claim richting afnemers – tot een hogere productiviteit en een lager ziekteverzuim. Bovendien maakt de toepassing van ‘gezonde’ producten de afnemer tot een aantrekkelijke werkgever, een belangrijk pluspunt in de hedendaagse 'war on talent’.

De wetenschap biedt een genuanceerd antwoord

Maar worden de claims van de meubelindustrie ook gestut door de wetenschappelijke feiten? Of om dezelfde vraag te herformuleren: besparen meubelfabrikanten daadwerkelijk kosten voor hun klanten? Of vijzelen ze met de gezondheidsclaims vooral hun eigen omzet op?

Voor een antwoord op die vraag is het verstandig om te rade te gaan bij de wetenschap.  Bij Susanne Colenberg (CfPB), Tuuli Jylhä en Monique Arkesteijn (TUDelft/BK/MBE) bijvoorbeeld. Want dit drietal publiceerde onlangs de literatuurstudie ‘The relationship between interior office space and employee health and well-being – a literature review’. Het betreft een omvangrijke analyse een vijftigtal onderzoeken die handelen over de wijze waarop het interieur in werkomgevingen gerelateerd is aan de gezondheid van de gebruikers van de ruimte.

Van de vijftig studies die Colenberg cum suis onderzochten, bleek er een elftal rechtstreeks in te gaan op het effect van meubilair op de gezondheid en het welbevinden van de gebruikers. De uitkomsten van de geraadpleegde onderzoeken zijn wisselend, zo blijkt uit de literatuurstudie. Ergonomische, instelbare stoelen blijken volgens een aantal geraadpleegde onderzoeken het discomfort van gebruikers inderdaad te reduceren. Dit effect is echter niet alleen toe te schrijven aan de stoelen an sich, aangezien de toepassing van deze stoelen vaak gepaard gaat met ergonomische training. En het is volgens de onderzochte studies niet duidelijk of het positieve effect nu aan de stoel of aan de training moet worden toegeschreven…

Colenberg, Jylhä en Arkesteijn hebben ook enigszins ontnuchterend nieuws voor aanbieders en afnemers van ‘smart’ stoelen. Uit een geanalyseerde studie uit 2017 komt namelijk naar voren dat de ‘slimme’ gebruikersfeedback die gegeven wordt door de onderzochte stoelen níet tot een aantoonbare verlaging van het discomfort of een verbetering van de gezondheid van gebruikers leidt.

Er zijn studies die een positief effect vaststellen bij het gebruik van ergonomisch meubilair.

Koren op de molen?

De vindingen op het gebied van wat de onderzoekers ‘activerend meubilair’ noemen, zijn eveneens niet in alle opzichten koren op de molen van de commerciële aanbieders van werkplekoplossingen. Want hoewel uit geanalyseerde studies blijkt dat het gebruik van zit/sta-meubilair en ‘fietsbureaus’ inderdaad leidt tot een verminderde ‘zittijd’, kan er verder geen eenduidig gezondheidseffect vastgesteld worden. In sommige onderzoeken is weliswaar een verbetering te zien van de bloeddruk en de bloedsuikerspiegel van gebruikers, maar overige fysieke gezondheidseffecten konden niet met zekerheid vastgesteld worden. Enkele studies tonen aan dat ‘activerend meubilair’ een duidelijk positief effect heeft op de lichamelijke gesteldheid van gebruikers. Maar andere studies zien juist geen verband. En in één geanalyseerd onderzoek werd er zelfs een negatief verband gemeten. Volgens deze studie is ‘activerend meubilair’ dus slecht voor de gezondheid.

Kritisch beschouwen

De uitkomsten van de analyse van Susanne Colenberg, Tuuli Jylhä en Monique Arkesteijn vormen niet in alle opzichten goed nieuws voor bedrijven die de markt bedienen met ‘gezond’ meubilair. De wetenschappelijke onderbouwing van de gezondheidsclaims van meubelfabrikanten is minder sterk dan soms gesuggereerd wordt. Heel vreemd is dat niet. Want bedrijven hebben er natuurlijk alle belang bij om hun eigen producten in een zo goed mogelijk daglicht te plaatsen. Vanuit marketingoverwegingen worden positieve onderzoeksresultaten – die er inderdaad zijn – in de volle schijnwerpers gezet, terwijl  negatieve resultaten – de er eveneens zijn – soms worden verzwegen. Op zichzelf is dat niet erg. Mits afnemers de soms gesuikerde marketingboodschappen van de meubelindustrie kritisch blijven beschouwen. Want wie al te hoge verwachtingen heeft van de gezondheidseffecten van kantoormeubilair zou in de praktijk wel eens teleurgesteld kunnen worden.

Verder onderzoek is noodzakelijk

Maakt kantoormeubilair ons nu gezond of niet? Op basis van de literatuurstudie van Colenberg cum suis is die vraag niet eenduidig negatief of positief te beantwoorden. Verder onderzoek is absoluut noodzakelijk. Wij als CfPB zullen op dit terrein een belangrijke rol blijven spelen. De onderwerpen ‘Vitaliteit’ en ‘Gezondheid’ staan expliciet vermeld in onze kennisagenda. Eens te meer is duidelijk geworden dat er op dit terrein grote behoefte is aan onafhankelijke gevalideerde kennis, die primair ten dienste staat van de gebruikers van kantoren.

Komende weken volgen er in de reeks gezondheid en werkomgeving nog een aantal blogs van het CfPB, dus houdt u social media in de gaten!

Contactpersoon

Henk-Jan Hoekjen

Henk-Jan Hoekjen

Researcher / PhD Philosophy / MA History