Fysiek en digitaal samenwerken: hoe vind je de juiste balans?
Tijdens de tweede kenniskring van het onderzoeksprogramma Werk in Transitie (WiT) in 2026 stond samenwerken centraal. En dan met name de vraag hoe je dat het best kunt faciliteren in een hybride werkomgeving. We kwamen samen bij FM Haaglanden in Den Haag voor een ochtend van delen van inzichten uit onderzoek- en praktijk. Want hoe combineer je fysiek en digitaal werken op een manier die echt werkt voor je organisatie?
Onderzoek naar hybride samenwerken
Onderzoeker Gijs Brouwers presenteerde de uitkomsten van een literatuurstudie naar het effect van hybride werken op de kwaliteit van samenwerken. De centrale vraag: schaadt meer digitaal werken onze organisatorische effectiviteit, of kan de combinatie van fysiek en digitaal juist het beste van twee werelden bieden?
Het vertrekpunt was een klassiek inzicht uit de organisatiewetenschap: organisaties bestaan omdat mensen gezamenlijk doelen kunnen bereiken die ze individueel niet kunnen bereiken. Samenwerken is daarmee geen bijzaak, maar de kern. Dat schept ook een primaire verantwoordelijkheid voor organisaties: de voorwaarden scheppen zodat medewerkers goed kunnen samenwerken: sociaal, fysiek én digitaal.
Drie vormen van samenwerken kwamen in het onderzoek naar voren: intensieve interacties (overleggen, brainstormen, actief samenwerken), korte interacties (spontane of geplande gesprekken waarbij informatie wordt uitgewisseld) en individueel werken als onderdeel van een groter samenwerkingsverband. Voor elk van die vormen gelden andere behoeften en andere optimale omgevingen.
Download de CFPB publicatie 'Fysiek of digitaal?' op de CFPB-kennisbank
Drie essentiële condities
Het onderzoek identificeert drie voorwaarden voor goed samenwerken. De eerste is bewustzijn van de werkcontext: weten wat er speelt, wie waarmee bezig is, welke signalen er in de organisatie circuleren. Op kantoor krijg je dat grotendeels vanzelf mee. In een hybride situatie verdwijnt die passieve informatievoorziening en moet je het actief organiseren via gedeelde agendas, projectplatforms, activity feeds en een open kantoorinrichting.
De tweede voorwaarde is toegang tot relevante informatie. Hoe meer mensen thuiswerken, hoe afhankelijker ze worden van de digitale informatiestructuur. Een goede zoekfunctie, gedeelde opslag en digitale hygiëne zijn geen luxe, maar randvoorwaarden.
De derde voorwaarde is goede werkrelaties. Werkrelaties vormen het sociale weefsel van een organisatie. Ze bepalen niet alleen hoe informatie stroomt, maar ook hoe mensen naar hun werk en hun organisatie kijken. Relaties onderhouden lukt nog aardig op afstand, maar nieuwe relaties opbouwen is digitaal structureel moeilijker. Het risico: het kennisnetwerk binnen een organisatie verstart.
Hoe zijn werkrelaties veranderd na corona?
Gijs legde de zaal een intermezzo-vraag voor: hoe hebben deelnemers de verandering in werkrelaties ervaren? Niemand zei dat de relaties verbeterd zijn. Een deel ervoer duidelijke verslechtering: met name het onbedoelde contact viel weg. Wie vroeger collega's tegenkwam op de gang of afdeling, loopt ze nu nooit meer tegen het lijf. "Ik kom daar geen enkel mens meer tegen waarvan ik denk: oh, die ook hier? En wat doe je dan?" Het actief onderhouden van relaties kost nu bewust energie waar dat vroeger vanzelf ging.
Anderen kozen voor 'anders': niet slechter, maar wel fundamenteel veranderd. Digitale tools hebben in sommige gevallen juist nieuwe verbindingen mogelijk gemaakt: met collega's in andere steden, of met mensen die voorheen achter een andere deur zaten. De drempel voor samenwerking met Groningen is lager dan ooit. Maar de vanzelfsprekendheid van bijvangst - het terloops oppikken van wat er speelt - is verdwenen.
De discussie maakte ook duidelijk dat dit niet uitsluitend een kwestie is van aanwezigheidsfrequentie. Al voor corona gingen open kantoortuinen gepaard met de illusie van ontmoeting zonder het feitelijke contact. Cultuur, leiderschap en bewuste rituelen maken het verschil, niet de vierkante meters.
Informele ontmoetingen: het hardnekkige gemis
Een van de meest besproken thema's was de korte, ongeplande interactie: het gesprekje bij de koffieautomaat, de terloopse opmerking op de gang. Dit soort contact is niet alleen sociaal plezierig, maar ook functioneel: het voedt bewustzijn, bouwt vertrouwen en genereert ideeën die in een gepland overleg nooit boven komen drijven.
Digitale alternatieven bestaan, maar werken anders. Het aantal chatberichten en e-mails stijgt naarmate het informele contact op kantoor afneemt: een directe compensatie. Chatberichten hebben bovendien voordelen die het spontane gesprek niet heeft: ze zijn asynchroon, breed toegankelijk, doorstuurbaar en terug te lezen. Maar ze missen rijkheid. En ze kunnen bij verkeerd gebruik juist zorgen voor informatieoverload.
Kantoorinrichting speelt hier een rol die onderschat wordt. Compacte plattegronden, zichtlijnen, koffiehoeken en onbedoelde ontmoetingsplekken (bij een koelkast, een snoeppot, een trap) stimuleren spontaan contact. Internationaal onderzoek laat zelfs zien dat een digitaal koffiemoment met een senior manager het functioneren van stagiairs meetbaar verbetert en dat een scherm in een koffiecorner tussen geïsoleerde teams het contact op gang kan brengen.
Meer artikelen
Naar artikelen overzicht Naar thema “De plaats van werk” Naar thema “Het kantoor” Naar thema “De organisatie van werk”