Helpt een cao-verplichting? ABN Amro, de radio en wat ons onderzoek laat zien
Helpt een cao-verplichting? ABN Amro, de radio en wat ons onderzoek laat zien
ABN Amro wil via de nieuwe cao vastleggen dat medewerkers minimaal de helft van de werkweek op kantoor werken. Onze directeur Jacqueline Schlangen ging daarover in gesprek bij NPO Radio 1 (Dit is de Dag). Een goede aanleiding om terug te grijpen op ons eigen onderzoek naar verplichte kantoordagen: helpt zo'n norm eigenlijk?
ABN Amro wil medewerkers vaker naar kantoor laten komen om de verbinding met collega’s te versterken, de creativiteit en productiviteit te verhogen en de scheiding tussen werk en privé te verbeteren, aldus het cao-voorstel. Opvallend, want tot voor kort gold de bank juist als voorvechter van hybride werken. De maatregel past in een bredere trend: steeds meer (grote) werkgevers stellen een minimum aantal kantoordagen verplicht, vaak nadat vrijblijvende afspraken niet het gewenste effect bleken te hebben.
Die vraag - moeten medewerkers verplicht naar kantoor? - stond centraal in Dit is de Dag op NPO Radio 1. Jacqueline Schlangen ging in gesprek met Kilian Wawoe (onderzoeker VU, oud-ABN Amro), Emanuel Geurts (onderhandelaar vakbond De Unie) en Marianne Sturman (directeur Moneypenny, waar iedereen juist altijd thuiswerkt). Vier verschillende perspectieven op één en dezelfde vraag, die precies raakt aan waar het CFPB dit voorjaar onderzoek naar deed.
Wat we onderzochten
Het CFPB volgde een pilot bij een grote organisatie, waarbij medewerkers twee dagen per week op kantoor moesten werken. We wilden weten: helpt zo'n richtlijn om beter samen te werken, vakmanschap te versterken en de kwaliteit van het werk te verbeteren? Het uitkomst was genuanceerder dan "meer kantoor is beter".
Leidinggevenden waren positief over de regel. Volgens hen maakte de frequentere aanwezigheid op kantoor het makkelijker af te stemmen en nieuwe medewerkers te begeleiden. Ook ontstond er gemakkelijker informeel contact. Bovendien hielp de aanwezigheid leidinggevenden om beter zicht te houden op het welzijn van hun team.
Medewerkers waren kritischer over de nieuwe pilot. Voor velen veranderde er weinig, omdat uit eigen beweging al twee dagen op kantoor werkten. Veel medewerkers merkten bovendien niet dat de aanwezigheidsplicht leidde tot een hogere productiviteit, betere samenwerking, of een hogere kwaliteit van werk. Zo gaven medewerkers aan dat zij op kantoor vaker werden afgeleid of daar niet in de buurt konden zitten van collega’s met wie zij samenwerken. Voor hen woog de meerwaarde van een kantoordag niet altijd op tegen de nadelen.
Aanwezigheid is niet genoeg
Daar hebben medewerkers een punt. Aanwezigheid op kantoor voegt niet automatisch waarde toe. De meerwaarde ontstaat vooral wanneer collega's elkaar daadwerkelijk treffen en er ruimte is om samen te werken en informeel kennis uit te wisselen. Dat betekent niet dat iedere kantoordag volledig in het teken van samenwerking hoeft te staan: ook de aanwezigheid van een collega die een deel van de dag individueel werkt, kan voor anderen waardevol zijn. Maar als medewerkers naar kantoor reizen en daar nauwelijks collega’s treffen met wie zij samenwerken, wordt de meerwaarde kleiner en kunnen nadelen als reistijd, concentratieverlies en de onzekerheid om een werkplek te bemachtigen al snel zwaarder gaan wegen.
Dat is precies waar het bij ABN Amro op aankomt. De bank redeneert vanuit verbinding, creativiteit, productiviteit en werk-privébalans. Dat zijn legitieme doelen. Maar onze bevindingen laten zien dat een verplicht aantal dagen op zichzelf niet genoeg is om die doelen te bereiken. Het gaat er om of collega’s op dezelfde momenten aanwezig zijn en of het kantoor samenwerken en individueel werken mogelijk maakt. Een richtlijn kan helpen om het gesprek binnen de organisatie over aanwezigheid, samenwerking en verwachtingen op gang te brengen. Daarmee kan een aanwezigheidsplicht een middel zijn om meer samenwerking en verbinding te creëren, maar het zorgt er niet vanzelfsprekend voor.
De echte vraag
Onze belangrijkste les: de vraag is niet hoeveel dagen medewerkers op kantoor moeten zijn, maar vooral wat die dagen mogelijk maken. Kantoorwerk is vooral waardevol voor kennisdeling, samenwerking, begeleiding, leren en ontmoeting. Thuiswerken biedt veel medewerkers voordelen voor concentratie, individueel werk en flexibiliteit. Goed hybride werken vraagt om bewuste keuzes: wanneer is fysieke aanwezigheid op kantoor van meerwaarde, welke collega’s moeten elkaar daarvoor treffen en hoe ondersteunt de werkomgeving het werken op kantoor.
Voor ABN Amro en voor elke organisatie die nu naar een vergelijkbare norm toewerkt, geldt dus: tel niet alleen de dagen, maar denk ook na over wat die dagen moeten opleveren. En wat daarvoor een passende werkomgeving is.
De volledige bevindingen van ons onderzoek naar verplichte kantoordagen presenteren we in september op de Transdisciplinary Workplace Research Conference (TWR). In het onderzoek vergkijken we verplichte kantoordagen met kantoordagen op basis van teamafspraken. Daarbij kijken we in hoeverre beide type afspraken samenhangen met daadwerkelijke kantooraanwezigheid.
Benieuwd naar meer van onze kennis over mens, werk en werkomgeving? Bezoek onze Kennisbank.
Meer artikelen
Naar artikelen overzicht Naar thema “De plaats van werk” Naar thema “Het kantoor” Naar thema “De organisatie van werk” Naar thema “Welzijn en gezondheid”