Home Actueel Organisatie van werk in beweging

Kennisnetwerk
Mathilda du Preez

Organisatie van werk in beweging

Het kantoor De organisatie van werk 9 minuten leestijd

Hoe neem je mensen mee bij veranderingen in de fysieke werkomgeving? 

Op vrijdag 28 november 2025 kwamen Werk in Transitie-partners van het CFPB bijeen op het hoofdkantoor van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) op de Turfmarkt in Den Haag voor de vierde en laatste Kenniskring van 2025. Het thema: werkplekverandering als gezamenlijke opgave. De bijeenkomst stond in het teken van één centrale vraag: hoe neem je medewerkers mee bij veranderingen in de fysieke werkomgeving, groot en klein? 

 

Huisvesting in actie 

De setting van de bijeenkomst was symbolisch voor het thema: de plenaire zaal was zelf midden in een verbouwing. “We zijn de laatste groep die hier nog gebruik van maakt,” opende CFPB-directeur Jacqueline Schlangen. “Maandag wordt deze ruimte leeggehaald. Dat is huisvesting in actie. En precies waar het vandaag over gaat.” 

Na een korte introductie over het collectieve onderzoeksprogramma Werk in Transitie (WiT) en de samenwerking tussen Rijksoverheid, TU Delft en de Nationale Politie, benadrukte Jacqueline het belang van gedrag in plaats van alleen inrichting: 

“We horen vaak: de nieuwe werkomgeving is prachtig, maar de mensen doen er niet aan mee. Als je mensen niet meeneemt, levert de investering in je omgeving niet de waarde op die je bedoelt.” 

Theorie: werkplekverandermanagement 

Onderzoeker Yuri Martens (CFPB) trapte de inhoudelijke sessie af met een overzicht van theorie en praktijkervaringen rondom werkplekverandermanagement. Een werkplekverandering raakt altijd één of meer van de volgende dimensies: 

  • de plaats van werk (thuis, kantoor, elders), 

  • de ruimte (type omgeving), 

  • het gebruik (deelgedrag, interactie, afspraken). 

Daarbij hoort verandermanagement dat niet alleen de projectplanning maar vooral de menselijke kant adresseert. “Je kunt een project managen, maar gedrag van mensen is niet te managen. . Gedrag, gevoel en gedachten lopen niet synchroon met de planning,” aldus Yuri. 

Hij gaf inzicht in klassieke veranderkundige modellen, zoals Lewin’s unfreeze–change–refreeze en het ADKAR-model (Awareness, Desire, Knowledge, Ability, Reinforcement). Belangrijk is om te beseffen dat verandering niet vanzelf optreedt bij oplevering van een gebouw: 

“De knop gaat niet om op dag X. Mensen moeten oefenen, ervaren, en hun nieuwe gedrag stabiliseren.” 

Wat kan er misgaan zonder veranderaanpak? 

  • verminderde teamcohesie en eigenaarschap, 

  • geluidsoverlast of conflicten over gebruiksregels, 

  • onduidelijkheid over doelen van de verandering, 

  • lagere motivatie om naar kantoor te komen. 

Wat werkt wél? 

  • duidelijke communicatie over waarom, wat en hoe er verandert, 

  • betrokkenheid van middenmanagement, 

  • inzet van veranderambassadeurs, 

  • realistische gedragsdoelen (“wat moet ik morgen anders doen?”), 

  • lange-termijn aandacht na ingebruikname. 

Het gesprek met deelnemers benadrukte dat fysieke verandering nooit losstaat van organisatiecultuur.

Een deelnemer merkte op: “We proberen vaak via de fysieke omgeving iets te bereiken dat eigenlijk cultureel begint.” Yuri onderschreef dat: “Je moet mensen eerst verbinden met de organisatie, pas dan met de plek.” 

Praktijk: de casus DJI 

Daarna presenteerden Jennifer van der Loo (adviseur bedrijfsvoering) en Wilma Rekveldt (regiemanager facilitair) hoe DJI de afgelopen jaren vier etages van haar hoofdkantoor opnieuw heeft ingericht voor hybride werken. 

De context 

DJI wilde met minder vierkante meters meer medewerkers huisvesten: van een flexnorm 0,75 naar 0,5. Dat betekende intensiever delen van werkplekken en een overgang naar activiteitgericht werken. De fysieke en digitale inrichting werden daarop aangepast, met nadruk op gedrag en gebruik. 

De aanpak 

Het project begon stroef. Het oorspronkelijke implementatieteam had te weinig draagvlak, de communicatie stokte en discussies verzandden in details. Wilma beschreef hoe ze de aanpak omboog: 

“Ik ben gewoon met iedereen gaan praten. Met alle directies, medewerkers, OR. Niet vanuit beleid, maar vanuit luisteren. Wat leeft er, wat levert het op, wat maakt mensen onrustig?” 

Ze betrok leidinggevenden intensiever, hield het gesprek met sceptici open (“mensen die tegen zijn, hebben vaak het meeste te vertellen”) en zette in op transparantie en herhaling. Zo groeide het vertrouwen stap voor stap. 

Resultaten 

  • De 0,5-flexnorm werd succesvol ingevoerd. 

  • Oude archieven verdwenen, papierloos werken werd standaard. 

  • Lockers en belcellen werden gedeeld, met afspraken over gebruik. 

  • Een cultuur van aanspreken ontstond via ruimtekaarten: per ruimte is zichtbaar wat de bedoeling is en wat niet. 

De sleutel, aldus Wilma: consequent communiceren, vasthouden aan de koers en positief blijven. 

De rol van FM Haaglanden 

Daarna lichtte Jonna Ivangh van concerndienstverlener (CDV) FM Haaglanden toe hoe haar team DJI ondersteunde in het vertalen van functionele wensen naar een haalbaar ontwerp. Zij benadrukte het belang van samenwerking tussen opdrachtgever en CDV: 

“De functionele uitvraag van DJI was helder. Dat maakte het mogelijk om binnen kaders van Arbo en luchtkwaliteit echt passende oplossingen te realiseren.” 

Ze prees het eigenaarschap van DJI: “Er was een duidelijke lijn en besluitkracht. Dat maakt het verschil tussen een papieren plan en een gedragen verandering.” 

Tegelijkertijd wees ze op structurele knelpunten die breder in de rijkshuisvesting spelen: 

  • Bezettingsgraad blijft laag (gemiddeld 45–50%). 

  • Organisaties worstelen met de balans tussen efficiency en sociale samenhang. 

  • De gedragskant krijgt nog te weinig aandacht in formele kaders. 

  • FM-diensten hebben geen mandaat op gedrag, maar kunnen wel faciliteren via nudging en ontwerpkeuzes. 

Theorie en praktijk verbonden 

De bijeenkomst maakte duidelijk dat werkplekverandering in essentie gedragsverandering is. De theoretische modellen bieden houvast, maar succes ontstaat pas als eigenaarschap, communicatie en voorbeeldgedrag samenkomen. 

“Als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg,” vatte Jonna treffend samen. “De grootste uitdaging is niet de inrichting, maar het gesprek over waarom we werken zoals we werken.” 

Workshop: ontwerp je eigen veranderproces 

Na de presentaties werkten deelnemers in groepen aan een eigen veranderaanpak, gebaseerd op het ADKAR-model. De casus: een organisatie die door samenvoeging panden afstoot en met een lagere flexfactor moet werken. Deelnemers benoemden acties per fase (bewustwording, verlangen, kennis, kunde, bekrachtiging) en plakten groene en rode stickers op wat in hun praktijk goed of juist lastig werkt. 

De interventies verschillen per doelgroep, maar laten een duidelijke lijn zien: topmanagement moet richting en consistentie bieden; middenmanagement moet vertalen, organiseren en begeleiden; ambassadeurs hebben vooral een rol in enthousiasmeren, peer-to-peer uitleg en het ondersteunen van teams; en medewerkers moeten vooral duidelijkheid, handelingsperspectief en laagdrempelige ondersteuning ervaren.  

Deelnemers plakten de groene stickers voornamelijk bij acties rond communicatie, heldere uitleg, het bieden van voorbeelden en het enthousiasmeren van medewerkers. Dit duidt erop dat deze interventies in de dagelijkse praktijk doorgaans goed gaan. De rode stickers plakten deelnemers vooral bij het vasthouden van nieuw gedrag, het bespreekbaar maken van weerstand, de rolvastheid van managementlagen en het realiseren van voldoende tijd en aandacht voor begeleiding. 

Reflectie: de mens als uitgangspunt 

De afsluitende reflectie van Jonna Ivangh vatte de kern samen: “Veranderen lijkt eenvoudig: een huidige situatie, een gewenste situatie en daartussen de gap. Maar de vraag is: wíllen mensen veranderen? En voelen ze eigenaarschap? Zonder dat inzicht kies je de verkeerde interventie.” 

Ze pleitte voor helder leiderschap, een duidelijke visie op hybride werken en voorbeeldgedrag van directies: “Je kunt niet van medewerkers vragen om werkplekken te delen als leidinggevenden dat zelf niet doen.” 

 

Samenvattend 

Kenniskring 4 liet zien dat succesvolle werkplekverandering vraagt om een integrale blik: fysiek, sociaal en digitaal. Maar bovenal om aandacht voor de mens. 

Belangrijkste inzichten: 

  1. Gedrag is de sleutel: fysieke verandering zonder gedragsverandering mist effect. 

  2. Eigenaarschap en voorbeeldgedrag zijn cruciaal, vooral van middenmanagement. 

  3. Communicatie en dialoog bouwen vertrouwen, geen plan op papier. 

  4. Ruimtekaarten en nudging helpen gewenst gedrag concreet te maken. 

  5. Samen leren: theorie, praktijk en uitwisseling versterken elkaar. 

Het programma eindigde met een rondleiding door het nieuwe ontmoetingsplein en de vernieuwde verdiepingen van DJI: huisvesting in actie, letterlijk en figuurlijk. 

Heb je vragen of wil je aansluiten bij een volgende Kenniskring? Neem contact op met Mathilda du Preez.

 

Dit artikel is geschreven door

Mathilda du Preez

Mathilda du Preez is senior onderzoeker en team-manager

Meer over de auteur

Meer artikelen

Naar artikelen overzicht Naar thema “Het kantoor” Naar thema “De organisatie van werk”