Werkprestaties bij hybride werken
Tijdens de eerste kenniskring van het onderzoeksprogramma Werk in Transitie (WiT) in 2026 stond één vraag centraal: wat doet hybride werken met werkprestaties? Die vraag is actueler dan ooit. In organisaties klinkt steeds vaker de roep om medewerkers vaker terug naar kantoor te laten komen, vanuit de zorg dat thuiswerken ten koste zou gaan van prestaties. Wij lieten tijdens deze bijeenkomst zien dat het beeld genuanceerder is. Hybride werken levert medewerkers veel op, maar stelt organisaties ook voor nieuwe opgaven.
Waar ontstaat frictie voor organisaties
Tegelijkertijd maakte Henk-Jan duidelijk dat deze positieve uitkomsten voor het individu niet automatisch betekenen dat alles goed gaat op organisatieniveau. Juist daar ontstaan spanningen. In de presentatie werden drie belangrijke organisatorische uitdagingen benoemd: kennisdeling en informatie-uitwisseling, bewustzijn van wat er speelt in de werkomgeving en verbinding tussen collega’s.
Hybride werken vermindert informele ontmoetingen en laagdrempelig contact. Dat zijn juist de momenten waarop kennis wordt uitgewisseld, ideeën ontstaan en medewerkers gevoel krijgen voor wat er speelt in hun team of organisatie. Een citaat uit de presentatie verwoordt dat treffend: “Eén mindere kant van het vele digitaal werken is wel dat het laagdrempelige contact weg is. Even snel communiceren zit er niet meer in. Men mailt en appt; met bellen is men terughoudend.”
Ook het bewustzijn van de context neemt af. Leidinggevenden gaven in de interviews aan dat zij op kantoor in een paar minuten soms meer oppikken dan thuis in een hele week. Dat gaat niet alleen om inhoud, maar ook om signalen: waar lopen mensen tegenaan, welke onderwerpen spelen er, waar ontstaat energie of juist frictie? Daarnaast bemoeilijkt digitale communicatie de opbouw van sociale relaties, zeker voor nieuwe of jonge medewerkers. In de presentatie werd expliciet genoemd dat jonge medewerkers soms nauwelijks worden ingewerkt en weinig gevoel krijgen ergens bij te horen.
De kern van het onderzoeksverhaal is daarmee helder: hybride werken versterkt autonomie en individuele prestaties, maar kan tegelijk ten koste gaan van collectieve processen die voor organisaties cruciaal zijn.
Succesfactoren voor volwassen hybride werken
Om werkprestaties bij hybride werken op peil te houden, benoemt Henk-Jan vijf voorwaarden: autonomie, werkplek, welzijn en gezondheid, kennisuitwisseling en kaders vanuit de organisatie. Die vijf voorwaarden vormden ook de kapstok van de bijeenkomst.
Als succesfactoren noemde hij onder meer de zelfredzaamheid en psychological empowerment van medewerkers, een andere en actievere rol van de leidinggevende en duidelijke kaders vanuit de organisatie. Hybride werken vraagt dus niet minder, maar juist ander leiderschap. Niet sturen op zichtbaarheid of aanwezigheid, maar op kwaliteit, output, vertrouwen en verbinding. Tegelijk vroegen leidinggevenden in het onderzoek ook expliciet om organisatiebrede ruggensteun: heldere afspraken over aanwezigheid op kantoor, communicatie, verbinding en het gebruik van faciliteiten. De presentatie liet zien dat leidinggevenden niet alles zelf willen of kunnen uitvinden; zij hebben behoefte aan duidelijke richting vanuit de organisatie.
Daarmee werd tijdens de Kenniskring een belangrijk punt gemaakt: een volwassen hybride praktijk ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om bewuste keuzes, gedeelde spelregels en voortdurende afstemming tussen individu, team, leidinggevende en organisatie.
1. Organisatie van werk
Meer technologie en netwerken, met andere sturing
Deelnemers zagen een toekomst met AI-ondersteuning, datagedreven werken en meer netwerkorganisaties. Leiders sturen daarbij minder op aanwezigheid en meer op kwaliteit en output. Kenniswerkers krijgen meer ruimte voor inhoud en creativiteit.
Tegelijk zijn er zorgen over de rol van AI en het behoud van menselijkheid. Technologie moet ondersteunen, niet leidend zijn. Ook het idee van de ‘generieke ambtenaar’ roept vragen op over specialisme en contextgebonden werk.
2. Welzijn en gezondheid
Meer integratie, met aandacht voor haalbaarheid
Vitaliteit wordt steeds meer onderdeel van werk, met ideeën als bewegen, ondersteuning bij privé-situaties en technologie voor welzijn. Ook cultuur, rituelen en verbinding blijven belangrijk.
Deelnemers benadrukken wel dat dit inclusief en uitvoerbaar moet blijven. Goede ideeën werken alleen als ze passen binnen de bredere context van organisatie en werkpraktijk.
3. Het kantoor
Meer dan alleen een ontmoetingsplek
Het kantoor blijft belangrijk voor ontmoeting, creativiteit en samenwerking, maar kan niet alleen een ‘clubhuis’ zijn. Ook concentratie en andere werkvormen moeten gefaciliteerd worden.
Innovaties zoals flexibele werkplekken en slimme gebouwen bieden kansen, mits technologie ondersteunend blijft en er aandacht blijft voor veiligheid en de menselijke maat.
4. Plaats van werk
Meer flexibiliteit, maar met balans
Werken wordt minder plaatsgebonden, met combinaties van thuis, kantoor en hubs. Dit vergroot autonomie en samenwerking over grenzen heen.
Tegelijk vraagt dit om balans. Niet iedereen gedijt in maximale flexibiliteit, en werkgevers moeten verantwoordelijkheid nemen voor goede thuiswerkvoorzieningen. Technologie kan helpen, maar de mens blijft leidend.
Meer artikelen
Naar artikelen overzicht Naar thema “De organisatie van werk”