Home Actueel Werkprestaties bij hybride werken

Kennisnetwerk
Gijs Brouwers

Werkprestaties bij hybride werken

De organisatie van werk 8 minuten leestijd

Tijdens de eerste kenniskring van het onderzoeksprogramma Werk in Transitie (WiT) in 2026 stond één vraag centraal: wat doet hybride werken met werkprestaties? Die vraag is actueler dan ooit. In organisaties klinkt steeds vaker de roep om medewerkers vaker terug naar kantoor te laten komen, vanuit de zorg dat thuiswerken ten koste zou gaan van prestaties. Wij lieten tijdens deze bijeenkomst zien dat het beeld genuanceerder is. Hybride werken levert medewerkers veel op, maar stelt organisaties ook voor nieuwe opgaven. 

 

Onderzoek naar werkprestaties 

In het onderzoek stonden twee vragen centraal: wat is de impact van hybride werken op werkprestaties en wat zijn succesfactoren bij hybride werken. Onderzoeker Henk-Jan Hoekjen beantwoordde die vragen op basis van literatuuronderzoek, de WiT-monitor en interviews met leidinggevenden. Werkprestaties werden daarbij breed gedefinieerd als alle dingen die medewerkers doen en de acties die zij ondernemen die bijdragen aan de doelstellingen van de organisatie. Daarmee gaat het nadrukkelijk om meer dan alleen output in kwantitatieve zin. Bij kenniswerk draait het niet alleen om productie, maar ook om kwaliteit, betekenisgeving en kennisverrijking. 

Het onderzoek laat zien dat hybride werken voor veel medewerkers positief uitpakt. Henk-Jan vat dat samen met de constatering dat het individu floreert. Medewerkers rapporteren hoge ervaren taakprestaties, veel autonomie en een relatief grote tevredenheid over hun werkomgeving. Vooral de thuiswerkplek wordt hoog gewaardeerd. Op de grafieken in de presentatie is te zien dat medewerkers vaker tevreden zijn over hun fysieke werkomgeving thuis dan over die op kantoor, en dat zij thuis ook duidelijk meer tevreden zijn over hun concentratiemogelijkheden. Daarnaast ervaart 83% van de medewerkers weinig conflict tussen werk en privé. Minder reistijd is daarbij een extra voordeel. 

De bijeenkomst bevestigde daarmee een herkenbaar beeld: thuis is voor veel kenniswerkers een prettige plek om geconcentreerd te werken. In de presentatie werd dit onderstreept met citaten als: “Als ik nu volledig terug zou moeten naar kantoor, kan ik mijn werk niet meer doen” en “Op kantoor kom je meestal niet aan je werk toe.” Ook in het gesprek tijdens deze Kenniskring kwam sterk naar voren dat thuiswerken voor veel deelnemers direct verbonden is met focus, rust en productiviteit. 

Waar ontstaat frictie voor organisaties 

Tegelijkertijd maakte Henk-Jan duidelijk dat deze positieve uitkomsten voor het individu niet automatisch betekenen dat alles goed gaat op organisatieniveau. Juist daar ontstaan spanningen. In de presentatie werden drie belangrijke organisatorische uitdagingen benoemd: kennisdeling en informatie-uitwisseling, bewustzijn van wat er speelt in de werkomgeving en verbinding tussen collega’s. 

Hybride werken vermindert informele ontmoetingen en laagdrempelig contact. Dat zijn juist de momenten waarop kennis wordt uitgewisseld, ideeën ontstaan en medewerkers gevoel krijgen voor wat er speelt in hun team of organisatie. Een citaat uit de presentatie verwoordt dat treffend: “Eén mindere kant van het vele digitaal werken is wel dat het laagdrempelige contact weg is. Even snel communiceren zit er niet meer in. Men mailt en appt; met bellen is men terughoudend.” 

Ook het bewustzijn van de context neemt af. Leidinggevenden gaven in de interviews aan dat zij op kantoor in een paar minuten soms meer oppikken dan thuis in een hele week. Dat gaat niet alleen om inhoud, maar ook om signalen: waar lopen mensen tegenaan, welke onderwerpen spelen er, waar ontstaat energie of juist frictie? Daarnaast bemoeilijkt digitale communicatie de opbouw van sociale relaties, zeker voor nieuwe of jonge medewerkers. In de presentatie werd expliciet genoemd dat jonge medewerkers soms nauwelijks worden ingewerkt en weinig gevoel krijgen ergens bij te horen. 

De kern van het onderzoeksverhaal is daarmee helder: hybride werken versterkt autonomie en individuele prestaties, maar kan tegelijk ten koste gaan van collectieve processen die voor organisaties cruciaal zijn. 

Succesfactoren voor volwassen hybride werken 

Om werkprestaties bij hybride werken op peil te houden, benoemt Henk-Jan vijf voorwaarden: autonomie, werkplek, welzijn en gezondheid, kennisuitwisseling en kaders vanuit de organisatie. Die vijf voorwaarden vormden ook de kapstok van de bijeenkomst. 

Als succesfactoren noemde hij onder meer de zelfredzaamheid en psychological empowerment van medewerkers, een andere en actievere rol van de leidinggevende en duidelijke kaders vanuit de organisatie. Hybride werken vraagt dus niet minder, maar juist ander leiderschap. Niet sturen op zichtbaarheid of aanwezigheid, maar op kwaliteit, output, vertrouwen en verbinding. Tegelijk vroegen leidinggevenden in het onderzoek ook expliciet om organisatiebrede ruggensteun: heldere afspraken over aanwezigheid op kantoor, communicatie, verbinding en het gebruik van faciliteiten. De presentatie liet zien dat leidinggevenden niet alles zelf willen of kunnen uitvinden; zij hebben behoefte aan duidelijke richting vanuit de organisatie. 

Daarmee werd tijdens de Kenniskring een belangrijk punt gemaakt: een volwassen hybride praktijk ontstaat niet vanzelf. Het vraagt om bewuste keuzes, gedeelde spelregels en voortdurende afstemming tussen individu, team, leidinggevende en organisatie. 

Workshop: hybride werken in 2040 

Na de presentatie gingen deelnemers zelf aan de slag met de vraag hoe hybride werken er in 2040 uit zou moeten zien. In ronde 1 formuleerden groepen leidende principes voor vier thema’s (en tevens onderzoeksthema's van het CFPB): de organisatie van werk, het kantoor, welzijn & gezondheid en de plaats van werk. In ronde 2 reflecteerden andere groepen op die ideeën vanuit de huidige situatie in 2026. De workshop was expliciet bedoeld als een vorm van ‘reverse engineering’: eerst bepalen waar je naartoe wilt, en van daaruit terugredeneren wat daarvoor nodig is. 

Uit de workshopanalyse komt een rijk en gelaagd beeld naar voren. Over de vier thema’s heen zijn drie grote patronen zichtbaar: technologie als structurele en ondersteunende factor, meer flexibiliteit en autonomie in werk, en groeiende aandacht voor sociale verbinding. 

 

1. Organisatie van werk 

Meer technologie en netwerken, met andere sturing 

Deelnemers zagen een toekomst met AI-ondersteuning, datagedreven werken en meer netwerkorganisaties. Leiders sturen daarbij minder op aanwezigheid en meer op kwaliteit en output. Kenniswerkers krijgen meer ruimte voor inhoud en creativiteit. 

Tegelijk zijn er zorgen over de rol van AI en het behoud van menselijkheid. Technologie moet ondersteunen, niet leidend zijn. Ook het idee van de ‘generieke ambtenaar’ roept vragen op over specialisme en contextgebonden werk. 

2. Welzijn en gezondheid 

Meer integratie, met aandacht voor haalbaarheid 

Vitaliteit wordt steeds meer onderdeel van werk, met ideeën als bewegen, ondersteuning bij privé-situaties en technologie voor welzijn. Ook cultuur, rituelen en verbinding blijven belangrijk. 

Deelnemers benadrukken wel dat dit inclusief en uitvoerbaar moet blijven. Goede ideeën werken alleen als ze passen binnen de bredere context van organisatie en werkpraktijk. 

3. Het kantoor 

Meer dan alleen een ontmoetingsplek 

Het kantoor blijft belangrijk voor ontmoeting, creativiteit en samenwerking, maar kan niet alleen een ‘clubhuis’ zijn. Ook concentratie en andere werkvormen moeten gefaciliteerd worden. 

Innovaties zoals flexibele werkplekken en slimme gebouwen bieden kansen, mits technologie ondersteunend blijft en er aandacht blijft voor veiligheid en de menselijke maat. 

4. Plaats van werk 

Meer flexibiliteit, maar met balans 

Werken wordt minder plaatsgebonden, met combinaties van thuis, kantoor en hubs. Dit vergroot autonomie en samenwerking over grenzen heen. 

Tegelijk vraagt dit om balans. Niet iedereen gedijt in maximale flexibiliteit, en werkgevers moeten verantwoordelijkheid nemen voor goede thuiswerkvoorzieningen. Technologie kan helpen, maar de mens blijft leidend. 

Opvallend verschil tussen leeftijdsgroepen 

De workshopanalyse maakt ook onderscheid naar leeftijdsgroepen en dat leverde een interessant patroon op. Jongere deelnemers dachten relatief vaak in termen van flexibiliteit, netwerken en nieuwe werkvormen. De middengroep legde meer nadruk op sociale cohesie, welzijn en de balans tussen werk en privé. Oudere deelnemers brachten vaker ideeën in over technologie, systemen en organisatiebesturing. In de reflecties vulden die perspectieven elkaar aan: jongeren vroegen vaker om concretisering, de middengroep bracht menselijke en sociale implicaties in, en ouderen benadrukten technische en bestuurlijke randvoorwaarden. 

Dat maakt de workshopuitkomsten extra waardevol: ze laten niet alleen zien welke beelden er leven over de toekomst van hybride werken, maar ook welke verschillende brillen deelnemers op die toekomst zetten. 

Conclusie 

De Kenniskring maakte duidelijk dat hybride werken niet simpelweg goed of slecht is voor werkprestaties. Het beeld is dubbel. Voor het individu werkt hybride werken vaak goed: medewerkers ervaren autonomie, rust, minder reistijd en hoge taakprestaties. Voor organisaties ontstaan tegelijk nieuwe kwetsbaarheden rond kennisdeling, verbondenheid en gezamenlijk bewustzijn. 

Juist daarom is de centrale boodschap van deze Kenniskring relevant: hybride werken vraagt om een volwassen praktijk. Dat betekent niet terug naar oude controlelogica, maar ook niet alles overlaten aan individuele voorkeuren of technologische oplossingen. Het vraagt om het slim combineren van autonomie en kaders, van fysieke en digitale samenwerking, van welzijn en prestaties, en van individuele vrijheid en collectieve samenhang. De workshop liet zien dat deelnemers daar volop ideeën over hebben en dat zij daarbij scherp blijven op de menselijke maat.

De Kenniskring maakt deel uit van het collectieve kennisprogramma Werk in Transitie, dat sinds 2022 loopt en wordt gedragen door onder meer de Rijksoverheid, TU Delft en Politie. Binnen dit programma wordt onderzocht wat er verandert in werk en werkomgeving, en wat daarvan de effecten zijn. Heb je vragen of wil je als vriend of partner aansluiten bij een volgende Kenniskring? Neem contact op met Gijs Brouwers

 

 

Dit artikel is geschreven door

Gijs Brouwers

Gijs Brouwers is onderzoeker

Meer over de auteur

Meer artikelen

Naar artikelen overzicht Naar thema “De organisatie van werk”