Center for People and Buildings

U bent hier: >>>Waardering flexwerken loopt sterk uiteen

Waardering flexwerken loopt sterk uiteen

27 november 2014

Waardering flexwerken loopt sterk uiteen

Op 5 november vierde het Amsterdam Business Research Institute (ABRI) haar 5e lustrum met een symposium over de veranderingen en uitdagingen rondom werk en de werkomgeving. Onder de sprekers was ook Iris de Been van het CfPB. Zij gaf tijdens het symposium een overzicht van de meest opvallende onderzoeksresultaten van het CfPB over flexibele werkplekconcepten.
 
Aan bod kwam bijvoorbeeld de uitkomst[1] dat medewerkers die flexibel (activiteit gerelateerd) werken, vaak meer tevreden zijn met het interieur en de uitstraling van de omgeving, de lay-out van de werkomgeving en de aangeboden mix van plekken. Echter is men in flexibele concepten, in vergelijking met traditionele cellenkantoren, juist minder tevreden met o.a. de mogelijkheden voor concentratie, privacy, de archieffaciliteiten en het binnenklimaat. Dit terwijl een aantal van deze aspecten, zoals concentratie en privacy, tot de belangrijkste aspecten behoren voor de mate waarin de werkomgeving ondersteunend wordt gevonden voor de individuele productiviteit.
 
Dat communicatie niet voorkomt in het rijtje van plus- of minpunten, komt vermoedelijk doordat er in flexibele kantoren zowel positieve effecten (meer ontmoetingen, verschillende collega’s zien) als  negatieve effecten (minder contact met directe collega’s, moeite met vindbaarheid) worden gezien.
 
Aan de hand van twee casussen met een vergelijkbaar concept qua interieur en (gedrags)regels, maar met zeer uiteenlopende belevingsresultaten, werd geïllustreerd dat er een hoop factoren van belang zijn voor een succesvol flexibel concept. Aspecten als de ondersteuning en het gedrag van het management, het implementatieproces en simpelweg rekening houden met elkaar (geen plekken claimen) kwamen langs als essentiële elementen.
 
Natuurlijk is het ook zo dat een concept per individu anders wordt ervaren, afhankelijk van bijvoorbeeld persoonskenmerken, gewoonten, een referentiekader of werkprocessen. Opvallend in de resultaten van het CfPB[2] is dat respondenten ouder dan 50 jaar een flexibel concept als minder ondersteunend ervaren voor de productiviteit dan een traditioneel cellenkantoor, terwijl dit bij respondenten jonger dan 31 jaar niet het geval is (zij zijn positief over beide concepten).

Interessant is daarnaast dat uit recent onderzoek[3] blijkt dat van de WODI respondenten die in een flexibel concept werken, ongeveer de helft nooit wisselt van werkplek. Slechts 5% wisselt meerdere keren per dag van plek, dus eigenlijk zoals het concept bedoeld is. Opmerkelijk is dat juist deze groep zeer positief is over de werkomgeving. Deze personen hebben ook een wat afwijkend activiteitenpatroon: zij zijn relatief vaak buiten kantoor aan het werk en als zij op kantoor zijn, besteden zij relatief veel tijd aan overleg. Past flexibel werken vooral bij medewerkers met dit soort werkprocessen, of zijn dit de werkprocessen van de toekomst?


[1] de Been, I. & Beijer, M. (2014). The influence of office type on satisfaction and perceived productivity support. Journal of Facilities Management, 12(2), pp. 142-157.

[2] Pullen, W. R., De Been, I., Steenaart, E. & Den Hollander, D. (2014). Age, office type, job satisfaction and job performance. Work & Place, September 2014, p. 18-22.

[3] Hoendervanger, J., de Been, I., van Yperen, N. W. & Mobach, M. P. (forth coming). Flexibility in use: Individual differences in the use and perception of activity-based office environments.